|
28-04-2012 In de raadsvergadering van 24 april jl. heeft de raad gesproken over
de problemen die er ontstaan zijn tussen het WMO-platform en de gemeente,
in het bijzonder met wethouder J. Talen. Een groot deel van het ongenoegen
spitst zich toe op het ontbreken van een secretaris. Ook is het platform
van mening dat zij onvoldoende faciliteiten van de gemeente krijgen om
goed te kunnen functioneren. De wethouder weerspreekt dat voor een groot
deel. Hij geeft ondermeer aan dat het WMO-platform volgens de verordening
zelf moet voorzien in een secretaris. Als fractie roepen wij op om niet
achterom te blijven kijken, maar het belang te dienen van hen waarvoor
het WMO-platform is opgericht. De fractie van de SGP acht een goed functionerende WMO- platform van groot belang. Wij maken ons er zorgen over dat er op dit moment een miscommunicatie is tussen het college en WMO- platform. Wij vinden dan ook dat er alles aan gedaan moet worden om zo snel mogelijk de draad weer op te nemen om zo het belang van hen die WMO zorg nodig hebben, die ook te kunnen bieden. Wij zijn er ons van bewust dat de komende tijd alleen maar meer taken aan ons als gemeente worden toebedeeld. Voorop willen wij stellen dat er duidelijk een taak ligt op dit gebied van deze zorg voor familie, kerk en buurt. De burgerlijke overheid mag zich ook van deze taak niet onttrekken. Om de zaak weer op de rit te krijgen willen wij enkele punten onder de aandacht brengen: 1 . De gemeente behoort faciliterend op te treden en indien het WMO- platform het nodig acht de gewenste informatie te geven. Voor deze informatie kan op verzoek een beleidsmedewerker aangezocht worden om de nodige informatie te verstrekken. 2. Het WMO-platform moet gratis vergaderruimte verstrekt worden in het dienstencentrum of in het gemeentehuis. 3. Het platform voorziet, zoals ook is aangegeven in de beleidsnotitie, in een eigen secretaris. 4. De door de gemeente geleverde informatie aangaande de stukken rond het WMO beleid moeten in werkbare vorm desgewenst op papier worden verstrekt. Al met al komen wij tot de conclusie dat wij als WMO-platform , college en de raad schouder aan schouder moeten staan om zo ook vanuit onze christelijke opdracht het belang van hen die WMO zorg nodig hebben te dienen. Om zo niet tegenover elkaar, maar naast elkaar, dit alles tot een goed einde te brengen.
|
||